Westeinder Adviesgroep 
pensioenen

Ik ben werknemer

Welke pensioenvoorzieningen zijn er?

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
1. een basispensioen van de overheid voor iedereen van 65/67 jaar en ouder, de AOW (Eerste pijler);
2. een aanvullend pensioen via uw werkgever, een pensioen bovenop uw AOW. (Tweede pijler);
3. individuele pensioenverzekeringen zoals levensverzekeringen en koopsomregelingen. Verzekeringen die iedereen vrijwillig kan afsluiten, bovenop de AOW en/of het aanvullend pensioen (Derde pijler).

Hoeveel pensioen bouwt u uiteindelijk op via uw werkgever?

De hoogte van uw uiteindelijke pensioen (AOW + aanvullend pensioen) is op de eerste plaats afhankelijk van het aantal jaren en het aantal uren per week die u hebt gewerkt. Over die jaren hebben u en uw werkgever pensioenpremie betaald. 
U bouwt ieder jaar een vast percentage van uw loon op als toekomstige aanspraak op pensioen. Als dat percentage bijvoorbeeld 2% is dan bouwt u in 35 jaar werken in volledige dienst 70% (2%x35) van uw loon op als pensioen (AOW + aanvullend pensioen). In veel pensioenregelingen wordt 70% van het loon een ‘volledig pensioen’ genoemd.

De hoogte van uw pensioen heeft ook te maken met de ontwikkeling van uw loon door de jaren heen. Wordt daarbij gekeken naar het loon dat u gemiddeld hebt verdiend dan is sprake van een middelloonregeling. Is uw laatstverdiende loon het uitgangspunt dan is sprake van een eindloonregeling. Een combinatie van deze twee regelingen is de gematigde eindloonregeling. Bij deze regeling is uw laatstverdiende loon het uitgangspunt, maar worden loonsverhogingen na een bepaalde leeftijd niet meer meegeteld voor het pensioen.
De meeste pensioenregelingen hanteren de middelloonregeling.

Heeft u genoeg aan pensioen?

Deze vraag is niet met ja of nee te beantwoorden. Het antwoord hangt af van uw uitgavenpatroon na uw pensionering: hoe hoog zijn bijvoorbeeld de woonlasten, wat kosten uw toekomstige plannen? Als u dat op een rijtje hebt gezet, kunt u dat vergelijken met de pensioenuitkering. Dat laatste bedrag kunt u vinden in het jaarlijkse overzicht dat u van uw pensioenfonds krijgt. Komt u na deze rekensom tot de conclusie dat u na uw pensionering niet genoeg inkomen hebt, dan kunt u zelf nog een individuele pensioenverzekering afsluiten als aanvulling op uw AOW en/of aanvullend pensioen. U kunt ook bij uw pensioenfonds informeren of u mag bijstorten.

In veel pensioenregelingen wordt 70% van het laatstverdiende inkomen een 'volledig pensioen' genoemd. Als u op minder uitkomt is er sprake van een pensioentekort ook wel pensioengat genoemd.

Wat gebeurt er met uw pensioen als u van baan
verandert?

Als u van baan verandert binnen een bedrijfstak waar de deelname aan de pensioenregeling verplicht is gesteld, verandert er niets. Bij uw nieuwe werkgever loopt uw pensioenopbouw gewoon door bij hetzelfde pensioenfonds.

In andere gevallen kunt u het opgebouwde pensioen meenemen en onderbrengen bij de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever. Dat heet waardeoverdracht. Bij het pensioenfonds van de nieuwe werkgever moet u dan opvragen wat de al opgebouwde pensioenrechten waard zijn. Met andere woorden: hoeveel pensioenopbouwjaren krijgt u bij het nieuwe pensioenfonds in ruil voor de opgebouwde rechten. Waardeoverdracht kan een goed middel tegen pensioenbreuk zijn.

U kunt de opgebouwde pensioenaanspraken ook bij uw oude pensioenfonds achterlaten. Dat kan nadelig uitpakken, bijvoorbeeld wanneer dat pensioen niet volledig wordt aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling (niet geíndexeerd).

Let op: Volgens de Pensioenwet is waardeoverdracht niet toegestaan als de dekkingsgraad (de verhouding tussen de pensioenverplichtingen en de waarde van de bezittingen) van het pensioenfonds waarbij je weggaat of de dekkingsgraad van uw nieuwe pensioenfonds onder 100% is gezakt. Door de kredietcrisis is een aantal pensioenfondsen onder die grens terecht gekomen. Deze fondsen kunnen nu dus niet mee werken aan een verzoek tot waardeoverdracht. De wettelijke plicht tot meewerken aan waardeoverdracht gaat weer gelden zodra de dekkingsgraad van beide pensioenfondsen boven de grens van 100% ligt. Als uw verzoek tot waardeoverdracht wordt afgewezen vanwege een te lage dekkingsgraad, dan ontvangt u te zijner tijd, wanneer de dekkingsgraad weer boven die grens ligt, automatisch bericht van uw pensioenfonds dat het weer kan meewerken aan waardeoverdracht.

Wat gebeurt er met uw pensioen(opbouw) als u
(gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raakt?

In sommige pensioenregelingen is een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen opgenomen. Als u volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent, krijgt u een IVA-uitkering (Inkomens-voorziening Volledig Arbeidsongeschikten) die is gebaseerd op de Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze uitkering is aan een maximum gebonden. Met een aanvullend arbeidsongeschikt-heidspensioen krijgt u een aanvulling op de IVA-uitkering. Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, krijgt u ook maar een gedeeltelijke aanvulling.

In veel pensioenregelingen is bepaald dat uw pensioenopbouw doorgaat als u arbeidsongeschikt bent. Als u gedeeltelijk werkt, betaalt u over dat deel mee aan uw pensioenopbouw. Voor het andere deel hoeft u niet mee te betalen aan uw opbouw.
Pensioenfondsen kennen uiteenlopende regelingen op dit punt. Lees uw pensioenregeling dus goed na.

Bouwt u pensioen op als u werkloos wordt?

Werkloos worden heeft ingrijpende gevolgen. U verliest niet alleen uw werk, maar ook een deel van uw inkomen. Misschien stopt ook de opbouw van uw pensioen. Hierdoor kan het pensioen dat u later naast de AOW ontvangt lager uitvallen dan u had verwacht.

De Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) levert onder voorwaarden kosteloos een bijdrage aan de beperking van de pensioenbreuk bij werkloosheid. Als u werkloos wordt en u bent 40 jaar of ouder, dan kunt u mogelijk gebruik maken van deze regeling.

Werknemers die op of na 1 januari 2010 WW-gerechtigd worden, komen echter niet meer in aanmerking voor een FVP-bijdrage. FVP heeft de intentie om het recht op FVP-bijdrage van werknemers die nu WW-gerechtigd zijn én voor 1 januari 2010 werkloos werden zoveel mogelijk ongemoeid te laten. FVP geeft voor deze groep werknemers echter geen harde garanties af.

Wat gebeurt er met uw pensioen als u gaat scheiden?

Bij een gewone echtscheiding en bij een scheiding van tafel en bed heeft uw ex-partner recht op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk of tijdens het geregistreerd partnerschap is opgebouwd. U kunt samen met uw ex-partner afwijken van deze wettelijke regel en andere afspraken maken.

Uw ex krijgt zijn of haar deel van het pensioen pas als u zelf met pensioen gaat. Meldt u de scheiding binnen twee jaar bij het pensioenfonds, dan moet dit fonds het pensioendeel straks direct aan uw ex-partner uitbetalen. Een melding van de scheiding na twee jaar leidt ertoe dat het pensioendeel niet langer rechtstreeks aan uw ex wordt uitbetaald. Zij of hij moet dat deel bij u opvragen.

Deze gedeelde pensioenuitkering blijft gelden zolang u en uw ex in leven zijn. Als uw ex-partner overlijdt komt zijn of haar pensioendeel aan u toe. Leeft uw ex langer dan u, dan stopt na uw overlijden de uitbetaling aan uw ex.

Wat gebeurt er met het pensioen als u overlijdt?

In veel gevallen bouwt u bij uw werkgever, naast het ouderdomspensioen, ook een nabestaandenpensioen op. Maar dat is niet altijd het geval. Vraag bij uw werkgever of pensioenverzekeraar wat uw verzekering in dit geval uitkeert.

Wat is partnerpensioen?

Een partnerpensioen is een uitkering voor de achterblijvende partner, als de verzekerde partner overlijdt.
Een werknemer is meestal via zijn werkgever verzekerd van een pensioen bij een pensioenfonds. Daarnaast is het voor iedereen mogelijk om bijvoorbeeld een particuliere levensverzekering af te sluiten.

Wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan is het ook mogelijk als nabestaande (partner en/of kind) een sociale uitkering te ontvangen vanuit de Algemene nabestaandenwet.


Gelijke pensioenrechten mannen en vrouwen

Vrouwen en mannen worden gelijk behandeld: ook als het gaat om een ouderdoms- of partnerpensioen. Een vrouw die hetzelfde salaris verdient als een man heeft dus ook recht op hetzelfde pensioen.

Let op: pensioen voor nabestaanden vormt meestal een aanvulling op het inkomen. Om niet voor onaangename verrassingen te komen staan, kunt u het beste tijdig nagaan wat de financiële gevolgen zijn als u of uw partner wegvalt.

Hoeveel partnerpensioen krijgt uw partner?

Bij ‘pensioen van de zaak’ wordt meestal gedacht aan pensioen dat men krijgt bij de ‘pensioengerechtigde leeftijd’. Maar deze pensioenvoorziening is meer dan dat. De meeste pensioenregelingen zorgen ook voor een pensioen voor de partner bij overlijden van de verzekerde: het partnerpensioen.
De hoogte van het partnerpensioen is veelal gekoppeld aan het ouderdomspensioen en is dus meestal afhankelijk van het salaris én het aantal maximaal te bereiken dienstjaren. Dit geldt niet voor alle pensioenregelingen: voor informatie over uw persoonlijke situatie kunt u het best contact opnemen met uw pensioenfonds.

Welke soorten partnerpensioen zijn er?

Ook voor partnerpensioen geldt het belangrijke onderscheid tussen pensioen op ‘opbouwbasis’ en pensioen op ‘risicobasis’.

Partnerpensioen op ‘opbouwbasis’
Bij een pensioen op opbouwbasis bouwt u ieder jaar kapitaal op. U spaart als het ware voor later. Het recht op het opgebouwde (partner)pensioen blijft bestaan, ook bij bijvoorbeeld ontslag of na het stoppen van de premiebetaling.

Partnerpensioen op ‘risicobasis’
Een toenemend aantal pensioenfondsen biedt een partnerpensioen ‘op risicobasis’. Bij deze pensioenvorm wordt het partnerpensioen alleen betaald als de verzekerde bij overlijden nog in dienst was bij het bedrijf waar het pensioen werd opgebouwd.
Bij overlijden tijdens een periode van werkloosheid kan er dus geen aanspraak meer worden gemaakt op het (eerder opgebouwde) partnerpensioen door de overgebleven partner.

Krijgt uw ex-partner partnerpensioen als u overlijdt?

Bij een (echt)scheiding wordt meestal het tot dan toe opgebouwde partnerpensioen toegekend aan de ex-partner. Een eventuele nieuwe partner heeft vervolgens recht bij uw overlijden op het partnerpensioen dat is opgebouwd vanaf de datum van scheiding tot het overlijden. Is het partnerpensioen op risicobasis opgebouwd, dan wordt er doorgaans niets aan de ex-partner uitgekeerd.
Let op: dit zijn algemene regels. In uw situatie kan het anders geregeld zijn, dus informeer hiernaar bij uw werkgever of pensioenuitvoerder.

Wat is uitruil van pensioenrechten?

Iemand die partnerpensioen opbouwt, hoeft dat niet voor de partner te laten staan. Het partnerpensioen kan vaak in een vroegere fase ook geruild worden voor een eerdere pensioendatum of een hoger ouderdomspensioen.
Het recht op uitruil geldt alleen voor pensioenrechten die na 1 januari 2002 zijn opgebouwd en geldt niet bij alle pensioenen.

Welke soorten pensioenfondsen zijn er?

Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit die is gebaseerd op een afspraak tussen werkgevers in één bepaalde bedrijfstak. De meeste bedrijfstakpensioenfondsen zijn bij de Vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen aangesloten.

Ondernemingspensioenfonds
Een onderneming die niet onder een bedrijfstakpensioenfonds valt, kan besluiten zelf een pensioenfonds op te richten. Voorbeelden daarvan zijn Shell, Akzo en KLM. Maar er zijn ook kleine ondernemingen met een eigen pensioenfonds. Hoewel een ondernemingspensioenfonds een zeer nauwe band heeft met een bedrijf, staat een dergelijk fonds juridisch gezien los van dat bedrijf en is bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor schulden van de onderneming. In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moeten minstens evenveel vertegenwoordigers van de werknemers als van de werkgever zitten. De Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen is de belangenorganisatie van deze fondsen.

Beroepspensioenfonds
Een beroepspensioenfonds voert een pensioenregeling uit die is gebaseerd op een overeenkomst tussen de zelfstandige beroepsbeoefenaren binnen een bepaalde beroepsgroep. De overheid kan een gehele beroepsgroep verplichten aan een beroepspensioenregeling mee te doen. Die verplichting wordt opgelegd als een of meer organisaties die een representatieve meerderheid vertegenwoordigen van de beroepsbeoefenaren daarom vraagt. De overkoepelende organisatie is de Unie van Beroepspensioenfondsen.

Verzekeringsmaatschappijen
Uw werkgever kan de pensioenregeling voor u en uw collega’s onderbrengen bij een verzekeringsmaatschappij. De werkgever kan u ook in staat stellen een individuele pensioenovereenkomst af te sluiten bij een verzekeraar. Het Verbond van Verzekeraars is de overkoepelende organisatie van verzekeringsmaatschappijen.

Wat regelt de nieuwe Pensioenwet?

De nieuwe Pensioenwet is op 1 januari 2007 in de plaats gekomen van de Pensioen- en Spaarfondsenwet. De Pensioenwet heeft als uitgangspunt dat pensioenfondsen in principe altijd voldoende geld in kas moeten hebben om de pensioenen uit te keren, met een financiële buffer voor onzekerheden. Om dat te waarborgen worden strenge eisen gesteld aan de financiële reserves van pensioenfondsen. Andere belangrijke wettelijke verplichtingen zijn:

  • Als een bedrijf een pensioenregeling heeft, moeten vanaf 1 januari 2008 alle werknemers van 21 jaar en ouder daaraan kunnen deelnemen.
  • Afkoop van pensioenaanspraken is in principe niet toegestaan. Als uw pensioenuitvoerder dat toestaat, kunt u alleen kleine aanspraken van minder dan € 420,69 op ouderdomspensioen en partnerpensioen afkopen;
  • Om te helpen bij de financiële planning van uw oudedagsvoorziening heeft u recht op duidelijke voorlichting over uw pensioen. Dit betekent onder meer dat u minstens één keer per jaar moet worden geïnformeerd over uw opgebouwde pensioenaanspraken en over de eventuele aanpassing van uw pensioen aan de inflatie (indexering). In de toekomst kunt u via een nationaal pensioenregister op internet informatie opvragen over uw aanspraak op pensioen. Daarnaast moet de pensioenuitvoerder informatie over de opgebouwde pensioenaanspraken verstrekken bij beëindiging van het dienstverband.
  • Als u gaat deelnemen aan een pensioenregeling moet u van de pensioenuitvoerder een startbrief krijgen. Hierin staat onder andere informatie over de inhoud van de pensioenregeling.
  • Als het pensioenfonds uw pensioen niet aanpast aan de inflatie, met andere woorden uw pensioen niet indexeert of voorwaarden verbindt aan de indexatie, moet u daar heldere informatie over krijgen.
  • De wachttijd, de periode waarin u nog geen pensioen opbouwt, is voor ouderdomspensioen maximaal twee maanden. Wachttijden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen.
  • Als u niet langer pensioen opbouwt in een fonds, wordt u één keer in de vijf jaar geïnformeerd over uw opgebouwde pensioenaanspraken.
  • Het toezicht op het goed uitvoeren van de wettelijke regels is in handen van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM let er op of de voorlichting voldoet aan de wettelijke eisen en de bank kijkt vooral naar de financiële situatie van de pensioenfondsen.

Vervroegd pensioen: VUT en prepensioen

VUT (Vervroegde Uittreding) en prepensioen zijn pensioenregelingen waardoor iemand voor zijn 65/67-ste met pensioen kan. Het kabinet heeft de belastingvoordelen van deze regelingen per 1 januari 2006 afgeschaft. Bestaande vroegpensioenregelingen mogen worden voortgezet voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren. Het kabinet heeft deze voordelen geschrapt omdat het belangrijk is dat ouderen juist langer blijven werken om de financiële gevolgen van de vergrijzing op te kunnen vangen.

 

Terug naar hoofdpagina Pensioenen ...